Interview met Ton Smit

Spelen met auto’s

Hij speelde al voordat hij naar de kleuterschool ging met autootjes en dat is nooit meer over gegaan. Hij nam ze zelfs mee naar school. Ton Smit (57) houdt van auto’s. En van terreinrijden. Hij geeft er zelfs cursussen in. Een dagje in een 4×4 door de modder baggeren in Fursten Forest bij Fürstenau in Duitsland.

Tekst: Joanna Axveld

Ton Smit

Hoe is de liefde voor terreinrijden ontstaan?

‘Nou, dat is begonnen zo rond 1985. Ik heb veel rally’s gereden maar ik begon op een gegeven moment die vierwiel aangedreven servicewagens leuker te vinden. Toen is mijn liefde voor terreinrijden eigenlijk ontstaan. Eerst eens een dagcursus gevolgd. En later bij Land Rover in Engeland een instructeurcursus. Wat heel veel indruk maakte in die tijd was, dat we over een stukje van zes kilometer een hele dag deden! In de 22 jaar die ik bij Ford werkte ben ik onder andere, in het kader van de promotie van de Ford Maverick, met zo’n auto naar de Oekraïne geweest. Dat was naar de Transsylvania Trophy, een soort Camel Trophy-achtig evenement. Verder hadden we een aantal Ford Maverick evenementen, off road tochten door Zuid-Limburg en Belgie. En we hebben een evenement gedaan met zweefvliegtuigen door Europa waarbij de Maverick fungeerde als servicevoertuig. Vervolgens ben ik vanaf het begin met mijn eigen bedrijf, TSM, negen jaar nauw betrokken geweest bij de Driving Experience in Nederland. BMW was in die tijd eigenaar van LandRover en had ergens in de archieven deze trainingen opgedoken en zij vonden dat een goed marketingproduct. Wereldwijd hebben ze op een aantal locaties Driving Experience Centres opgezet. Dat was een mooie tijd.‘

Waarom 4×4 trainingen?

Ton: ‘Ik geef deze trainingen vooral omdat ik het leuk vind om met auto’s te spelen. Dat begon al op de kleuterschool met speelgoedautootjes en dat is nooit meer over gegaan. Nu kan ik met grote auto’s spelen. Bovendien vind ik het leuk om de kennis en ervaring die ik heb, over te brengen op andere mensen. Het is het leukste als iemand aan het begin de cursusdag alles een beetje eng vindt, en ’s middags om vijf uur met een grote lach alle kuilen, plassen, blubber en heuvels neemt. Wat ik ook leuk vind demo’s geven of mensen te laten kennismaken met terreinauto’s op een klein parcours. Niet elke dag natuurlijk, maar zo af en toe is dat erg leuk om te doen. Ik vind de afwisseling prettig. Verder geef ik af en toe trainingen voor de ANWB en Prodrive en dat is weer iets heel anders.’

Zou je wel eens aan Parijs-Dakar mee willen doen?

‘Nou, ik zou het natuurlijk te gek vinden om er aan mee te doen maar het is gewoon enorm duur. Kijk, op het moment dat een monteur 10.000 euro moet betalen om aan een auto te mogen sleutelen, houdt het voor mij op. Ik kan goed sleutelen en als ze me zouden vragen zou ik het best wel willen doen. Maar als ik twee weken onder niet al te makkelijke omstandigheden moet sleutelen en er ook nog voor moet betalen, nou nee. Kan je nagaan hoeveel je moet betalen om mee te rijden! Maar ik zou wel heel graag een keer een trip door Afrika maken. Niet met een vliegtuig naar het zuiden en dan naar het noorden rijden of omgekeerd, maar écht heen en terug. Dat lijkt me geweldig!’

Hoe vind je geschikte 4×4-locaties?

‘Meestal maken we gebruik van bestaande locaties. Het is heel tijdrovend om locaties te zoeken en om de benodigde vergunningen in de verschillende landen te krijgen. Daarom nemen we vaak contact op met 4×4 clubs die in de regio bestaan. We gaan regelmatig naar Bilstain in de Ardennen. En ook in de Alpen in Noord-Italië zijn we regelmatig te vinden. We gaan vaak hier naar Fürstenau, omdat het een mooie locatie is. In Nederland heb je vaker last van allerlei milieuorganisaties dus daarom maken we gebruik van locaties waar het mag.’

Geef je ook vrachtwagentrainingen?

‘Ja, dat doen we ook. Je moet daarbij denken aan bijvoorbeeld trainingen voor de brandweer. Wanneer zij bosbranden moeten blussen, moeten ze natuurlijk wel met die speciale auto’s kunnen omgaan. Ze moeten zich snel en veilig uit de voeten kunnen maken als het uit de hand loopt. Het gekke is dat brandweerlieden niet veel ervaring hebben in het terrein en ze hebben vaak te weinig tijd of geld om die trainingen te volgen. Op de Veluwe wordt dat dus wel gedaan en zij boden zich tijdens de branden bij Schoorl aan om te helpen blussen.’

Heb je wel eens vastgezeten – eh, in de modder natuurlijk?

‘Nou, je hebt natuurlijk altijd wel eens een moment dat je elkaar te hulp moet schieten. Maar tot nu toe is het altijd gelukt om eruit te komen, met of zonder hulp van anderen. Je moet ook nooit in je eentje het terrein in gaan! En wanneer je dat wel doet moet je meer veiligheid inbouwen. Voordat je een modderpoel, of terrein in gaat moet je altijd eerst de situatie verkennen. Bij twijfel: nooit doen! Onder terreinrijders is het trouwens een soort erecode dat je elkaar nooit laat staan!’

Geen probleem voor de LandRover Defender

Wat is een sperdifferentieel?

‘Een differentieel is een slim dingetje met tandwieltjes dat er voor zorgt dat wanneer je een bocht maakt, de binnenste wielen een kortere weg afleggen dan de buitenste wielen. Als nou een van die twee wielen geen grip heeft, dan gaat alle aandrijfkracht juist naar dat wiel toe. Dat wiel gaat dan heel hard spinnen en het wiel dat nog wel grip heeft, staat stil. Dus je kunt niet wegrijden. Als ik dat differentieel nu blokkeer dan heb ik op allebei de wielen evenveel aandrijving. Het ene wiel dat geen grip heeft spint niet meer door en dat andere wiel komt in beweging omdat dat nog wel grip heeft. Bij vierwielaandrijving betekent dit dat ik vier wielen aan het rollen kan houden.

Wanneer heb je smalle banden nodig en wanneer brede?

‘In het terrein gebruik je smalle banden. Ze moeten als het ware door de modder snijden om de vaste ondergrond te bereiken, dan heb je weer grip. In de woestijn heb je juist weer brede banden nodig, dan wil je heel weinig druk per vierkante centimeter hebben om als het ware te blijven drijven op dat zand.’

Noem eens wat ‘Do’s’

  • ‘Doe vooral rustig aan, terreinrijden heeft niets met snelheid te maken. Laat de auto het werk doen, de kracht van de motor zit onderin bij lage toerentallen. Dus veel gas geven is zinloos. De auto maakt dan wel veel herrie maar doet niets.
  • Stuur zo weinig mogelijk, iedereen stuurt te veel en dat is absoluut niet nodig.
  • Terreinrijden is vooral goed kijken en nadenken of iets wel of niet kan.’

En de ‘Dont’s’ zijn?

  • ‘Ga nooit alleen het terrein in! Niet alleen experimenteren. Ga nooit een hindernis in zonder die vooraf te verkennen! Ga je een heuvel op, loop dan eerst naar boven. Je weet immers nooit wat er achter ligt. Moet je door water? Eerst peilen hoe diep het is.
  • Ga nooit zomaar andere bestuurders nadoen!
  • Let ook goed op de belading van je wagen voordat je een schuine helling neemt. Dit verzwaart de auto enorm en bij een schuine helling kan hij dan gemakkelijker omkiepen. Bedenk, voordat je een terreinwagen koopt, eerst heel goed wat je wilt gaan doen met een terreinauto. Wil je echt het terrein in, let dan goed op wat de auto kan. Dan heb je niet allerlei verfraaiende toeters en bellen nodig.’

Wat zijn goede terreinauto’s?

Volgens Ton is de Land Rover Defender een heel goede terreinwagen. ‘Daarmee heb je de échte terreinbeleving. Ook de Land Rover Discovery doet het goed, maar die is misschien al te geavanceerd en te luxe. Ook de Mercedes-Benz G-klasse en de Hummer H1 zijn heel geschikte terreinauto’s. En natuurlijk de kleinere Suzuki Vitara. Die is licht en kan heel veel.‘

[block]

Trainingen

‘We geven zowel individuele trainingen als groepstrainingen. Het leukste vind ik het om trainingen te geven met een of twee auto’s, met twee of drie personen per auto plus een instructeur. Je kunt dan de aandacht goed verdelen en de mensen krijgen waar voor hun geld. Ik ga ook niet door een portofoon lopen roepen of zo. Daar leer je niet zoveel van. Natuurlijk kan het ook wel met grote groepen maar dan moet je het meer zien als een incentive-dag. Iedereen kan dan even proeven aan het terreinrijden, maar dat is natuurlijk geen echte intensieve cursus. Je rijdt dan misschien over een hele dag maar vijf minuten per persoon.

Zo’n intensieve dagtraining kost € 750,- per auto per dag, inclusief instructeur en lunch en exclusief BTW. Er kunnen dan maximaal vier personen mee in de auto.

Kom je met je eigen auto dan betaal je € 485,- exclusief BTW voor de instructeur. Deze neemt dan wel een van onze LandRovers mee voor het geval er assistentie nodig mocht zijn. Ook hier geldt (afhankelijk van de auto) een maximum van vier deelnemers per auto.’

[/block]